Full title
#1951
The greater concept
Wanneer ik mezelf schilder ben ik een schilder die de schilder schildert. Ik schilder de redenen van de schilder om de schilder te schilderen. De schilder schildert om zich voort te planten, zoals alle levensvormen doen wat ze doen om zich voort te planten. De schilder verspreidt zijn mentaliteit via zijn schilderijen, een voortplanting op zich. Tegelijkertijd is er de hoop dat er een andere reden kan zijn om te schilderen: zelfreflectie. Maar steeds wordt deze zelfreflectie overschaduwd door het idee van zelfpromotie, die dan weer in dienst staat van de voortplanting. Het proces waarin de schilder terecht komt, wordt onderwerp van de reflectie en het zelf wordt totaal onbelangrijk.
oil on canvas
It is most logical to paint myself because I am (my) the world. When I paint I become a painter, I become a painter who paints a painter. I become a painter who wants to paint because he paints the painter. I use paintings, made by painters, to analyze my own motives to paint the painter. It is pretty simple really, because the work is so introverted it has the possibility to say something about the whole thing. This is important to me.

